7. Orde op zaken 2020

De tijd vliegt. Morgen start de kerstvakantie. Ik heb deze alinea inmiddels al vier keer opnieuw geschreven, want ik wil niet negatief overkomen. Ik ben gewoon moe. Hoort erbij, heb ik mij laten verzekeren. Oké.

Een heel team voor één zij-instromer?

Nadat mijn begeleidster Natascha mij steeds meer ‘voor de leeuwen’ heeft gegooid, ben ik op het moment hard aan het werk om alleen voor de klas te staan. We schaamden ons zo nu en dan als we met ons drieën de leerlingen ’s ochtends in de deuropening begroetten. Ja, drie man sterk: een ervaren leerkracht, een zij-instromer en een stagiair-klassenassistent. Terwijl de collega’s in heel Nederland naar Den Haag trekken en voor hun rechten vechten – zoals werkdrukvermindering – wordt groep 4 in een school in Almere vertroeteld met aandacht. Vertroetelen is het alleen niet altijd, want het is zeker ook verwarrend. ‘Waar is juf Natascha? Waar is meester Dean? Staat u alleen vandaag??? O…’
Leerlingen, en ouders denk ik ook, snapten er niet zoveel meer van: op maandag en dinsdag staan er drie leerkrachten in de klas, op woensdag, donderdag en vrijdag één juf. En dan zijn we er nog niet, want ik word zelf ook bijgestaan door mijn eigen coaches en begeleiders, zowel intern op school als extern. De intern begeleidster, de directeur, mijn zij-instroom-coach van de ASG en mijn coach van Windesheim lopen regelmatig de klas in om te observeren, tips te geven of voor een momentje co-teaching. Hier achter zit nog een stichting-brede organisatie, de ASG Academie, die ook druk is met mensen zoals ik, want binnen de ASG-scholen lopen nog ongeveer vijftien ambitieuze carrièrs-switchers rond die ook begeleid moeten worden.
Arme collega-leerkrachten in het land die voor een groep van vijftig leerlingen staan. Collega-leerkrachten die zich niet ziek durven te melden omdat de klas dan naar huis gestuurd moet worden. Collega-leerkrachten die zich staande proberen te houden, terwijl het eigenlijk niet kan. Ik begrijp de scheve ogen naar zij-instromers wel. Hierover later meer.

‘Order! ORDER!’

De Engelse voorzitter John Bercow van het Britse parlement is veel in het nieuws geweest afgelopen tijd met zijn beroemde ‘order, order!‘-uitspraak.
Ik kan me inmiddels goed inleven in zijn rol. ‘Orde’ is toch wel het kernwoord van de afgelopen maanden geweest. Na de herfstvakantie heb ik de klas zo zoetjes aan steeds meer overgenomen. Natascha was er wel en fluisterde wanneer nodig tips in mijn oor, maar leren lesgeven komt niet vanzelf. Naast theoretische kennis moet ik het vooral ook doen. Dat is toch wel een van de beste manieren.
Mijn thema voor de komende weken is vanuit de IB’er en mijn ASG coach is dan ook ‘orde op orde’. Een leuk woordgrapje, maar het is bloedserieus. Aangezien Natascha de eerste periode tot ongeveer vier weken geleden de hoofd-leerkracht was op maandag en dinsdag, wisten de kinderen bij haar waar ze aan toe waren. Zij heeft de ‘storming fase’ zoals ze dat noemen, gebruikt om de groep te vormen. De leerlingen hebben haar grenzen gezocht, de hiërarchie in de klas bepaald en de regels ontdekt. Er kwam enige rust in de klas. En toen was daar ineens juf Daphne die de boel over kwam nemen. Ik zit dus nu zelf in de storming fase: wat zijn Daphnes regels en wat is haar regelmaat. Als we dit en dit uitproberen, zegt ze er dan wat van? Lastig hoor. Dit heeft nu mijn volle aandacht.

‘Onderwijs, het is net een vak hè?’

Voordat ik met het zij-instroomtraject begon, had ik gehoord en gelezen dat er onder de professionals wel wat twijfels zijn over ‘de zij-instromer’. Ik snap dat wel. Ik heb mij ook altijd verbaasd over mensen die zonder opleiding journalistiek zelf de beste razende reporter uithangen. Op social media krioelt het ervan.
En daar zit hem het probleem bij zij-instromers natuurlijk ook. ‘Wij’ komen met veel bombarie onderwijsland in en zullen jullie wel even redden.
Geen idee of ervaren leerkrachten dat idee allemaal hebben, laten we niet over één kam scheren, maar een lichte noem het verontwaardiging meen ik tussen de regels door toch wel te horen. Terwijl ik op mijn manier, met mijn liefde voor harmonie, probeer om de klas op ORDER ORDER te krijgen en mijn frustraties uit dat het niet lukt, glipt er zo nu en dan toch een pittige ‘tja het is net een vak hè, het onderwijs,’ uit bij collega’s, gevolgd door het beeld dat ik vooral lief gevonden wil worden door de kinderen.
‘Je kan heel mooi opschrijven dat je gepassioneerd bent en hoe je het ziet en hoe je het zou willen, maar het gaat niet om opschrijven, het moet uit je hart komen. We willen het zíen.’

Pippi Langkous

Ik neem het ze niet kwalijk, ze hebben gelijk. Het IS een vak. Een heel mooi vak. En wie ben ik dan eigenlijk om zo maar even binnen te stappen en te denken dat ik het in twee jaar wel ‘effe’ onder de knie heb?
De kinderen vragen ook niet om mij. Ik kan de kinderen niet alles bieden wat ze verdienen, omdat ik de kennis domweg nog niet heb. Ik wil alle 23 kinderen helpen met hun eigen vragen en behoeften, maar het lukt me nog niet. Ik heb wel de ambitie om dit te kunnen. Die ambitie, gecombineerd met passie, zorgt voor veel frustratie en onmacht omdat ik aan de ene kant het nog niet kan, maar aan de andere kant het wel wil en eigenlijk ook moet kunnen.
De eigenwijze Pippi Langkous wordt hiervoor bewonderd en geciteerd:’Ik heb het nog nooit gedaan, maar ik denk dat ik het wel kan,’ maar deze situatie laat mij vooral in een spagaat.

De kerstwens van de directeur

Het einde van 2019 is in zicht. De kinderen hadden een prachtig en lekker kerstdiner gehad en waren tevreden naar huis gegaan. Tijd voor het team en hard meewerkende ouders om de kerstspullen grotendeels op te ruimen. We werden beloond met een gezellig en lekkere kerstborrel. Een speech van de directeur en als kers op de taart een persoonlijke kerstkaart – handgeschreven – voor iedere medewerker. Ik neem zijn woorden voor mij mee naar volgend jaar en ben het met hem eens.
Het zij-instromertraject is zeker geen makkelijke weg om te komen waar ik wil zijn. Maar waar een wil is, is een weg. Gecombineerd met mijn eigen motto ‘opgeven is geen optie’ sta ik in 2020 op maandag en dinsdag alleen voor de klas. Natascha zet haar carrière voort op een andere school, stagiair Dean zet zijn stage en ambitie om leraar te worden voort bij een ervaren collega in groep 7 die hem veel beter kan helpen dan ik.
Ik sta dan wel alleen voor de klas, maar ik weet dat ik niet alleen ben. Bedankt iedereen, van collega tot coach tot familie en vrienden, voor jullie steun dit gekke, rare, vaak frustrerende jaar. Ik overdenk mijn zegeningen en zal ze de komende twee weken vieren.
Voor nu: ik ga uitrusten in de vakantie en thuis ook maar weer even orde op zaken stellen. Het huis is een puinhoop, haha.