3. De eerste toetsen

Op meer paarden wedden

Het is inmiddels april en ik kijk nog flink rond. Almere telt 73 basisscholen met alle stromingen op de menukaart. Het lijkt mij niet zinnig om alleen met de ASG in gesprek te gaan. Zo gaan mijn dochters naar een school die valt onder de Stichting Katholiek Onderwijs Flevoland en Veluwe (SKOFV). Hoewel ik niet gelovig ben, geloof ik wel in de kracht van ‘bijzonder’ onderwijs. Ik besluit niet enkel op paard ASG te wedden, maar benader ook de SKOFV en enkele scholenstichtingen in ’t Gooi. 
Vanuit ’t Gooi krijg ik vriendelijke antwoorden gemaild, maar vind ik geen opening. Zij zullen pas in het nieuwe schooljaar verder gaan met zij-instromers. Dat duurt me te lang. 
De SKOFV nodigt me uit voor het Talentenprogramma en er wordt een selectiedag gepland. Ook hier ben ik welkom op een school (de school van mijn dochters) om een dag mee te lopen en te praten met de leerkrachten. Die leraren ken ik natuurlijk allemaal en dat maakt het wel heel bijzonder. Ik heb ineens hele andere gesprekken dan normaal (dan gaat het tenslotte over de prestaties van mijn dochters) en word overspoeld met de vakkundigheid van de leraren. Ik zou niet op dezelfde school willen werken als waar mijn dochters heen gaan, maar kreeg wel de bevestiging dat het een fijne school is – ook van de andere kant bekeken. 

Pilot zij-instromerstraject

Het Talentenprogramma van deze stichting blijkt tijdens de informatiemiddag niet hetzelfde te zijn als het door de overheid gesubsidieerde zij-instroomtraject. Niet vóór de klas, maar terug de schoolbanken in en twee dagen ‘oefenen’ op een SKO school.
Als ik licht verontwaardigd zwaai met mijn HBO diploma, zeggen ze vriendelijk dat dat heel fijn is en dat ik dan de verkorte deeltijdopleiding kan doen. Ze hebben de keuze gemaakt en in een e-mail van één van de opleidingscoördinatoren wordt dit duidelijk gemaakt:
“We willen volgend jaar inderdaad gaan starten met een pilot van de officiële zij-instroom, waarbij HBO’ers al direct voor de groep mogen staan. We hebben intern hier afspraken over gemaakt en één van de afspraken is dat we deze pilot willen doen met HBO’ers met al enige onderwijsachtige achtergrond door bijvoorbeeld een eigen RT praktijk of een pedagogische studie.”

Ik accepteer hun duidelijke keuze. Ik bedank de leraren op mijn dochters school voor hun hulp en tijd en ga door met het traject van de ASG. Ik wil voor de klas, en wel nu. Ik moet lachen om mijn eigen ongeduld, maar deze kans laat ik aan me voorbijgaan.

Assessment aanvragen

Een nieuwe afspraak bij de ASG en we zijn alweer twee maanden verder. In mijn hoofd had ik al voor de klas kunnen staan, maar dat fabeltjesboek heb ik dichtgeslagen.
We bespreken mijn bevindingen, ik licht met mijn opgedane ervaringen toe waarom ik graag leraar wil worden. Dan komt het papier op tafel: de aanvraag voor een geschiktheidsonderzoek van Hogeschool Windesheim, Het Assessment. De deur naar het leraarschap. Als ik dit doorkom, mag ik voor de klas staan en in twee jaar met een voor mij persoonlijk opgesteld programma mijn lesbevoegdheid halen.
Het formulier is getekend en een gevoel van onrust bekruipt mij weer. Wat gebeurt er nu?

Maandag verschijnt een belangrijke e-mail in mijn mailbox. De aanvraag is ontvangen, nu ben ik aan zet. Ik schrijf me direct in per 1 mei bij Windesheim en krijg mijn studentnummer van 22 jaar geleden weer terug. Wat is de tijd voorbij gevlogen. Ondanks dat voel ik me jong en studentikoos.

De onderdelen van het assessment zijn van het niveau wat je van een HBO mag verwachten. Ik moet:
– een portfolio inleveren met al mijn (relevante) diploma’s, werkervaring, motivatiebrief, CV en wat ik maar kan bedenken waarmee ik kan bewijzen dat ik over bepaalde benodigde levens- en werkervaring en misschien zelfs talenten beschik die ik kan gebruiken in het onderwijzen van kinderen.
– een lijst invullen waarin mijzelf beoordeel op kennis en kunde rond pedagogiek.
– DE Wiscat – de bekende PABO rekentoets – met tenminste 103 punten behalen. Over deze toets gaan dezelfde verhalen als over bevallingen: het moet iets verschrikkelijks zijn. Goed voorbereiden dus. Ik kom er al snel achter dat daar genoeg materiaal voor te vinden is. YouTube filmpjes over breuken en het slim oplossen van redactiesommen (daar zijn ze weer) en boeken volgeschreven met oefenmateriaal en uitleg.
– een les gaan geven en daarin mijn uitstekende leerkrachtkwaliteiten laten zien.

Ik zucht even. Hoezo binnen vijf weken voor de klas?

ASG Meet & Greet

Een van de punten waarop ik beoordeeld ga worden, is het geven van een les. Daarvoor heb ik een klas nodig met leerlingen. Ik zal dus snel een stageplaats moeten regelen. Gelukkig doet de ASG aan lerarenwerving, want de nood is hoog in Almere. 16 April organiseert de ASG een Meet & Greet, waarbij leraren en scholen elkaar ontmoeten. Als zij-instromer mag ik ook komen en aan de reacties van de – veelal – directeuren met wie ik spreek, zijn ze zelfs met mij als zij-instromer blij. Dat voelt goed.
Ik ben niet de enige die zich wil omscholen. Ik spreek een mevrouw die nu in de financiële wereld werkt. Zij oriënteert zich op een baan in het middelbaar onderwijs als docent Economie. Een goede zaak en zij ziet het helemaal zitten. Ik raak ook in gesprek met Judith, een danslerares die tussen nu en een aantal jaar vanwege fysieke achteruitgang zal moeten stoppen met haar danslessen. Zij is natuurlijk al gewend om kinderen les te geven en de school toonde veel interesse. Buiten spreken we over de keuze die we allebei maken en het traject dat voor de boeg ligt. Het is toch best wat, concluderen we.

Koe bij de horens vatten

De volgende dag bekruipt mij het onrustige gevoel weer. Het assessment vraagt nogal wat werk. Een groot deel, het portfolio, kan ik zelf aanleveren. Een klas voor een proefles is afhankelijk van een welwillende school.
Ik verdiep me nog wat verder in de scholen die ik de dag ervoor had gesproken en verstuur vier e-mails naar scholen. De helft reageert dezelfde dag, waarvan één afspraak al staat voor de mogelijkheden rond een stage en een andere, wat meer algemene uitnodiging. Dat is goed nieuws.

Vakantie

De koe staat weer in de wei. Het is namelijk vakantie. Het privilege van de leraren (alle schoolvakanties vrij) zit mij nu behoorlijk in de weg. Ik wil helemaal geen vakantie. Ik wil aan de slag!
Aangezien een ander onderdeel van het geschiktheidsonderzoek een angstaanjagende rekentoets is (de WisCAT), heb ik twee oefenboeken besteld. In de omschrijving van de webwinkel staat dat anderen met deze boeken de toets hebben gehaald, dus ik ben vol vertrouwen. Ik ga in de meivakantie aan het werk om volgend jaar écht vakantie te hebben in mei.

Een breuk

Mei was een maand van investeren, accepteren en… weer doorgaan. De eerste twee weken van de maand heb ik – misschien tegen beter weten in – mij voorbereid op de Wiscat. Wiscat? Ja, dat is de verplichte rekentoets voor studenten aan de Pabo en staat voor Wiskundige Computergestuurde Adaptieve Toets(pakket). In 2006 is de toets ingevoerd om het rekenvermogen van toekomstige leerkrachten eens aan de kaak te stellen. Haal je de toets niet, dan is het adios Pabo en mag je een alternatief beroep gaan zoeken. Reguliere Pabo-studenten mogen de toets vier keer herkansen. Zij-instromers worden geacht de toets binnen drie keer succesvol te halen. De druk ligt verder niet hoog hoor.
Toegegeven: rekenen was niet mijn sterkste kant. Ís niet mijn sterkste kant moet ik zeggen. Geef mij maar taal. Lekker werkwoorden vervoegen, spreekwoorden gebruiken, bordrij-woorden stampen, dictees maken met lekker moeilijke woorden, taalgrapjes maken, (voor)lezen, verhaaltjes schrijven, fantasie… Hier krijg ik energie van. Van rekenen niet en – hier heb ik geen psycholoog voor nodig – dit is terug te leiden naar mijn jeugd. De rode strepen door mijn antwoorden op sommen staan nog op mijn netvlies gebrand. Het wanhopige gevoel dat ik kreeg van tien rijtjes met tien sommen hoofdrekenen ook, gevolgd door de “oh oh oh, hoe kan je dat nou niet snappen Daphne,” van de leraar.
Anno 2019 is het tijd voor verandering. Ik had me daarom ook voorgenomen om die rekentoets eens even een lesje te leren. Mij krijg je niet klein met je redactiesommen, cilinderinhouden berekenen en breuken breken. 
Optimistisch ben ik direct na inschrijving op de Pabo (1 mei) begonnen met rekenen. Rekenen rekenen rekenen. Zou het me nu, op mijn veertigste, wel lukken om sommen als een ware Sommen-Killer op te lossen?

De uitslag

Ik heb me letterlijk een breuk gerekend tot de Wiscat. Ik raakte tijdens het leren een beetje in paniek, wat daarna weer omsloeg in meligheid. Hoe kan je nu in twee weken alle stof van met name groep 7 en 8 van de basisschool erin stampen zonder aangeboren wiskundebrein?
16 mei reed ik met gemengde gevoelens naar Zwolle. Ik was zenuwachtig en het verkeer zat tegen. Daarnaast vond ik het ook wel gek dat ik na zo’n twintig jaar weer in het gebouw zou zijn waar ik HBO Journalistiek heb gestudeerd. Er kwamen een hoop herinneringen naar boven uit die tijd. 
Gelukkig was ik op tijd op de plaats van bestemming. De toets was hels. Laat ik het daarop houden. Teneergeslagen ging ik weer naar huis. Een paar dagen later werd ik gebeld door een docent van Windesheim met de vervelende mededeling dat ik het niet gehaald had. De onderdelen hoofdrekenen en breuken gingen erg goed, maar met 83 punten in plaats van de vereiste 103 ging de felicitatie aan mijn neus voorbij. Volgende keer beter. 
Mijn oudste dochter van 11 troostte mij heel erg lief:”Ach mama, als je het na drie keer niet hebt gehaald, dan word je toch leraar Nederlands op de middelbare school? Ik weet heel zeker dat je dat wel kan. En dan kom je lekker op mijn nieuwe school lesgeven.”
Een mooie escape die zeker in mijn achterhoofd blijft hangen. Maar voor nu: op naar het behalen van de Wiscat op 11 juni.

Geslaagd

Net als de middelbare scholieren mag ik vandaag de vlag uithangen. Ik ben namelijk geslaagd voor de WisCAT. De naam WisCAT staat voor “Wiskundige Computergestuurde Adaptieve Toets(pakket)” en is de verplichte rekentoets voor bijna alle pabo’s in Nederland. 
Na het teleurstellende nieuws had gekregen dat ik de benodigde 103 punten niet had gehaald, kreeg ik vandaag een hele fijne felicitatie per e-mail. De toets ging deze keer ook gewoon echt veel beter, dus mijn gevoel werd bevestigd.
Ik heb hard mijn best ervoor gedaan, heb geoefend met rekenen tot ik een ons woog en heb vele blaadjes papier volgeschreven met sommen. Met goed resultaat gelukkig. Er valt een last van mijn schouders!

Alle lichten staan op groen. Ik kan nu mijn portfolio afronden bij de PABO, wat inhoudt dat ik nog een aantal documenten, zoals motivatiebrief, Verdrag Omtrent het Gedrag (VOG), CV, HBO-diploma, certificaten en nog wat zaken moet inleveren. Uiteraard met een argumentatie waarom ik wil omscholen en dit traject wil volgen, gevolgd door een kritische kijk op kunnen en kunde. 
Vervolgens wordt er een ‘veld-assessment’ gepland. Ik word dan in de klas beoordeeld terwijl ik een les geef. Als dat allemaal goed loopt, mag ik daadwerkelijk starten met mijn opleiding én niet te vergeten met lesgeven! Wat een goed nieuws!